Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2013
Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BY6111.
4.6. Ook ik heb geen aanknopingspunten in de wettekst of wetsgeschiedenis(7) van art. 843a Rv aangetroffen ten gunste van de opvatting dat er geen plaats is voor een vordering op grond van dit artikel in een afzonderlijk kort geding tijdens een lopende bodemprocedure. Het door de Hoge Raad in het onder 4.4 aangehaalde arrest van 8 juni 2012 al in de overwegingen betrokken voorgestelde toekomstig recht - het in november 2011 ingediende wetsontwerp tot verbetering van de wettelijke regeling van het inzagerecht of de exhibitieplicht in civiele procedures - voorziet zelfs expliciet in de mogelijkheid om vooruitlopend of tijdens een bodemprocedure bescheiden op te vragen in een afzonderlijke verzoekschriftprocedure (zie art. 162b van het ontwerp). De memorie van toelichting zegt hierover:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7bc3e1dfe5c9c343c90daf55d86859fb8b6f21bd73f854087ce92874d89df963. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7bc3e1dfe5c9c343c90daf55d86859fb8b6f21bd73f854087ce92874d89df963, en de alinea staat in dat document op bytes 22698 tot 23505.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7bc3e1dfe5c9c343c90daf55d86859fb8b6f21bd73f854087ce92874d89df963 | shasum -a 256