Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2013
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BY8093.
2.5 Ook de klacht van het tweede middel faalt. Naar mijn mening kunnen de bedoelde stellingen niet als essentieel worden aangemerkt, nu de enkele afwijzing van een eerdere inschrijving geenszins dwingt tot de conclusie dat van een persoonlijk conflict of vooringenomenheid sprake is, laat staan dat vanwege een dergelijk conflict of een dergelijke vooringenomenheid willekeurig jegens [eiser] c.s. is gehandeld. Dat van willekeur jegens [eiser] c.s. sprake is, volgt evenmin uit het door het middel bedoelde artikel in de Telegraaf (productie 2 bij de memorie van grieven), waarin de Gemeente een inconsistente woordvoering wordt verweten ("Gemeente praat met drie monden"), wat overigens van dat verwijt zij. Bovendien heeft het hof in rov. 4.4.4 uitdrukkelijk vastgesteld dat niet is gebleken dat de Gemeente op onjuiste gronden een keuze heeft gemaakt uit de inschrijvingen. Daarmee heeft het hof het betoog van [eiser] c.s. dat er - kort gezegd - (al dan niet mede) als gevolg van een persoonlijk conflict tussen [betrokkene 1] en [eiser] c.s., althans vooringenomenheid van [betrokkene 1], van willekeur van de Gemeente sprake is en dat de Gemeente ook jegens anderen in strijd met het verbod van willekeur handelt, verworpen. Laatstbedoeld oordeel is, anders dan het middel betoogt, niet onvoldoende gemotiveerd. In dit verband is van belang dat het hof uitdrukkelijk heeft vastgesteld dat de Gemeente gemotiveerd heeft betwist dat zij in strijd met het verbod van willekeur heeft gehandeld en dat van enig "persoonlijk conflict" met [eiser] c.s. sprake zou zijn (rov. 4.4.2). Voorts heeft het hof onder meer vastgesteld: (i) dat art. 10 lid 3 van de Algemene Voorwaarden aan de Gemeente de mogelijkheid bood om over plaatsruimte die bij inschrijving niet wordt toegewezen, naar goeddunken te beschikken; (ii) dat de Gemeente door in het onderhavige geval van die bevoegdheid gebruik te maken met het toewijzen van een plaats aan het reuzenrad, niet in strijd met het verbod van willekeur heeft gehandeld en ook niet onvoldoende transparant is geweest; (iii) dat de Gemeente met ingang van 2007 nieuw beleid wilde gaan voeren met betrekking tot de kermis, waarbij zij streefde naar kwaliteitsverbetering, hetgeen de Gemeente ook in de verpachtingsannonce kenbaar heeft gemaakt; (iv) dat de Gemeente, met het oog op deze door haar gewenste kwaliteitsverbetering, in redelijkheid tot het besluit kon komen dat plaatsruimte diende te worden toegewezen aan een "eyecatcher" als het reuzenrad; en (v) dat het ook niet onbegrijpelijk of onvoldoende transparant is te achten dat de Gemeente het reuzenrad als een "eyecatcher" of publiekstrekker beoordeelde (rov. 4.4.3). 's Hofs oordeel dat niet is gebleken dat de Gemeente op onjuiste gronden ervoor heeft gekozen om geen plaats toe te wijzen aan [eiser] c.s., is gezien het voorgaande en gezien ook het gevoerde partijdebat niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. De klacht van het tweede middel dient derhalve te worden verworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/faed2b4fcc095f2705d19bd25bdc6c4048e0c9d5b8c24d38d55470105a283cd9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt faed2b4fcc095f2705d19bd25bdc6c4048e0c9d5b8c24d38d55470105a283cd9, en de alinea staat in dat document op bytes 15507 tot 18510.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/faed2b4fcc095f2705d19bd25bdc6c4048e0c9d5b8c24d38d55470105a283cd9 | shasum -a 256