Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2013

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BY8434.

13. Het EHRM is in de kernoverwegingen van de beslissing opmerkelijk kort in zijn beoordeling van de klacht over schending van artikel 5 EVRM. Het EHRM parafraseert eerst de wettelijke regeling (onder 32) en dan de wetsgeschiedenis (onder 33). Het EHRM beklemtoont dat de opleggingsrechter volgens het wettelijk systeem gemotiveerd dient te beslissen over de maximering van de TBS. Het voegt daar aan toe - en dat lijkt mij in deze zaak een cruciale toevoeging - dat het niet aan de verlengingsrechter is om zijn eigen standpunt in de plaats te stellen van dat van de opleggingsrechter. De overwegingen onder 32 en 33 bevatten in de kern geen argumentatie, maar zijn een wel zeer korte en niet onjuiste weergave van het Nederlands recht. Opmerkelijk is dat het Arnhemse Hof juist overweging 33 citeert en aan de daarin vervatte weergave van het Nederlandse recht bijzondere betekenis toekent.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f90eecfcd2ea432847345467b2074d6de088cd6c88ae9ed2cd3410b0ddb5a7ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f90eecfcd2ea432847345467b2074d6de088cd6c88ae9ed2cd3410b0ddb5a7ba, en de alinea staat in dat document op bytes 38725 tot 39631.