Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2013
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BY9985.
20. Wekt de rechter door te kennen te geven dat de vraag is gerezen of de opgelegde en/of gevorderde straf voldoende recht doet aan de ernst van de gepleegde feiten de indruk bevooroordeeld of niet onpartijdig te zijn en hangt hem daarom wraking boven het hoofd? Dat is mijns inziens niet het geval. De voorzitter kan meedelen dat bij de bestudering van het dossier de vraag is gerezen of de opgelegde straf voldoende zwaar is vergeleken met de straf zoals deze voor soortgelijke feiten als de verdachte zijn tenlaste gelegd, pleegt te worden opgelegd en dat hij het daarom gewenst acht dat partijen in de gelegenheid worden gesteld zich over die vraag uit te laten. In deze vraag ligt besloten dat de voorzitter het tot de taak van het gerecht rekent dat gelijke gevallen gelijk worden berecht. Van partijdigheid of bevooroordeeldheid geeft deze vraag daarom geen blijk. De vraag kan ook neutraler worden gesteld door partijen erop te wijzen dat de rechter in hoger beroep zwaarder mag straffen dan in eerste aanleg is geschied en/of in hoger beroep is gevorderd en partijen deswege in de gelegenheid worden gesteld zich over hantering van die bevoegdheid uit te laten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5dea293c9124d7b3201931a0d4de7a7f1e1ac59b6b2b15c09c3dd14ba2fa14c6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5dea293c9124d7b3201931a0d4de7a7f1e1ac59b6b2b15c09c3dd14ba2fa14c6, en de alinea staat in dat document op bytes 18205 tot 19388.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5dea293c9124d7b3201931a0d4de7a7f1e1ac59b6b2b15c09c3dd14ba2fa14c6 | shasum -a 256