Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2013
Alinea 77 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ0173.
4.17 Met inachtneming van hetgeen onder 4.16 werd opgemerkt, keer ik terug naar de klacht. Deze komt er, naar de kern genomen, op neer dat het Hof de omvang van de dekking bepaald heeft op grond van hetgeen redelijkerwijs ter verzekering is aangeboden en wat de verzekeraar heeft moeten begrijpen ten aanzien van hetgeen verzekerd diende te worden. Volgens het onderdeel had de vraag of de horeca-inrichtingen onder de dekking vallen echter - al dan niet in het kader van de uitleg van de verzekeringsovereenkomst - beoordeeld dienen te worden aan de hand van het leerstuk van verzwijging. Volgens het onderdeel hadden ingevolge het leerstuk van verzwijging de door het Hof gesignaleerde tekortkomingen van de verzekerde en diens verzekeringstussenpersoon in hun relatie tot de verzekeraar, toegerekend dienen te worden aan de verzekeraar. "Desnoods" had het Hof de uitkeringsplicht van verzekeraar Reaal volgens het onderdeel kunnen verminderen op grond van art. 7:930 BW. In dit kader wordt onder meer verwezen naar art. 7:928 - 7:931 BW en het arrest HR 18 april 2003, LJN AF3070, NJ 2004/634.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9b09139e15a00d023eeee1f14636018c9b1432a08adeab01be134e3bce45645. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9b09139e15a00d023eeee1f14636018c9b1432a08adeab01be134e3bce45645, en de alinea staat in dat document op bytes 34269 tot 35378.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e9b09139e15a00d023eeee1f14636018c9b1432a08adeab01be134e3bce45645 | shasum -a 256