Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2013
Alinea 232 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ1721.
4.31.1 In het licht van de redengeving van het arrest Nefalit/[E] veronderstel ik dat de onder 4.29 sub c genoemde vraag, toegespitst op situaties als de onderhavige, als volgt moet worden beantwoord. Als het onmogelijk is om een gemotiveerde schatting te maken dan zal de vordering in beginsel worden afgewezen als de bewijslast rust op de benadeelde. Rust de bewijslast op de aangesprokene dan kan de vordering worden toegewezen als deze partij onvoldoende aannemelijk weet te maken dat geen sprake is van een condicio sine qua non-verband. Maar wanneer de kans dat van een condio sine qua non verband geen sprake is voldoende reëel is, dan is ook wanneer de werkgever tegenbewijs moet leveren voor volledige toewijzing van de vordering geen plaats.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e49852839766bb4b895d1ca91082d9230d75ab795746bc991a00cc0447f74233. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e49852839766bb4b895d1ca91082d9230d75ab795746bc991a00cc0447f74233, en de alinea staat in dat document op bytes 125913 tot 126679.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e49852839766bb4b895d1ca91082d9230d75ab795746bc991a00cc0447f74233 | shasum -a 256