Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2013
Alinea 237 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ1721.
3.9. Uit het vorenoverwogene volgt dat onderdeel 3b in zoverre gegrond is dat voor toepassing van de voormelde regel uitsluitend ruimte is in uitzonderlijke - van geval tot geval te beoordelen - omstandigheden, van de aanwezigheid waarvan de rechter in zijn motivering verantwoording dient af te leggen. Zoals hierna nader wordt uiteengezet, heeft het hof dat miskend. Het onderdeel treft echter geen doel voor zover het tot uitgangspunt kiest dat de toepassing van deze rechtsregel is beperkt tot gevallen waarin het bewijs van het condicio-sine-qua-non-verband in het algemeen een probleem is, reeds omdat het onderscheid tussen zodanige gevallen en die waarin de onzekerheid voortvloeit uit de specifieke omstandigheden van het desbetreffende geval, onvoldoende scherp is. Ook het onderscheid tussen gevallen waarin de causaliteitsonzekerheid betrekking heeft op in het verleden, dan wel in de toekomst gelegen schadeposten, kan om dezelfde reden niet als uitgangspunt dienen om de toepasselijkheid van de meergenoemde regel af te bakenen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e49852839766bb4b895d1ca91082d9230d75ab795746bc991a00cc0447f74233. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e49852839766bb4b895d1ca91082d9230d75ab795746bc991a00cc0447f74233, en de alinea staat in dat document op bytes 129571 tot 130626.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e49852839766bb4b895d1ca91082d9230d75ab795746bc991a00cc0447f74233 | shasum -a 256