Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2013

Alinea 249 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ1721.

4.34.2 Een eerste m.i. opmerkelijk verschil tussen beide leerstukken, zoals gestalte gegeven in de rechtspraak van Uw Raad, is gelegen in de (on)vrijheid die de rechter wordt gegeven. In settingen waarin een proportionele benadering op haar plaats is, mag de rechter - kort gezegd - een deel van het gevorderde toewijzen.(94) Als hij het leerstuk verlies van een kans toepast dan moet hij dat (rov. 3.5.3 eerste alinea). De ratio en de rechtvaardiging van deze verschillende aanpak is mij niet duidelijk. Met name kan ik mij niet goed voorstellen dat een rechter bij ruime onzekerheid de vrijheid zou hebben een vordering van bijvoorbeeld een slachtoffer van een beroepsziekte af te wijzen, maar dat hij gehouden zou zijn in zo'n situatie een deel van de vordering van een cliënt van een advocaat die een termijn heeft laten verlopen toe te wijzen. Wellicht zou Uw Raad zijn bedoeling op dit punt kunnen verduidelijken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e49852839766bb4b895d1ca91082d9230d75ab795746bc991a00cc0447f74233. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e49852839766bb4b895d1ca91082d9230d75ab795746bc991a00cc0447f74233, en de alinea staat in dat document op bytes 138353 tot 139286.