Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2013

Alinea 264 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ1721.

5.5.2 Een tweede punt van zorg is dat er m.i. grenzen zijn aan het met terugwerkende kracht toepassen van zich rap ontwikkelend recht. Ik bepleit daarmee geenszins stilstand. Ik erken dat rechtspraak de facto terugwerkende kracht moet hebben omdat rechters nu eenmaal bijna steeds oordelen over oude gevallen. Oordelen die alleen maar betrekking zouden hebben op in de toekomst liggende feitencomplexen zijn voor procespartijen - voor zover het niet gaat om repeat-players - niet van nut. Zij willen een beslissing in hun zaak. Maar dat betekent nog niet dat nieuwe rechtspraak onbeperkt in de tijd zou moeten terugwerken. In casu gaat het om feiten die speelden vanaf 1976. Dat is 37 jaar geleden. M.i. past grote behoedzaamheid om de nieuwe inzichten klakkeloos toe te passen op dergelijke gevallen.(103)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e49852839766bb4b895d1ca91082d9230d75ab795746bc991a00cc0447f74233. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e49852839766bb4b895d1ca91082d9230d75ab795746bc991a00cc0447f74233, en de alinea staat in dat document op bytes 146674 tot 147493.