Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2013
Alinea 289 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ1721.
6.4.1 Onderdeel 2.2 klaagt dat het Hof miskend heeft dat art. 7:658 BW schade betreft die de werknemer heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden en niet schade waarvan slechts vaststaat dat er een mogelijkheid is dat schade geleden is in de uitoefening van de werkzaamheden. Het onderdeel verwijst in dat verband naar het arrest HR 26 januari 2001, LJN AA9666, NJ 2001/597, rov. 3.4 (Weststrate/De Schelde). Het onderdeel stelt dat, anders dan het Hof zou hebben aangenomen, voor het uiteindelijk als vaststaand mogen aannemen van condicio sine qua non-verband met behulp van de 'arbeidsrechtelijke omkeringsregel', vereist is dat de werknemer - mede in het licht van de eventuele betwisting van het condicio sine qua non-verband door de werkgever - voldoende aannemelijk maakt dat er een voldoende grote kans is dat zijn ziekte daadwerkelijk veroorzaakt is door de blootstelling aan gevaarlijke stoffen op het werk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e49852839766bb4b895d1ca91082d9230d75ab795746bc991a00cc0447f74233. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e49852839766bb4b895d1ca91082d9230d75ab795746bc991a00cc0447f74233, en de alinea staat in dat document op bytes 158262 tot 159204.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e49852839766bb4b895d1ca91082d9230d75ab795746bc991a00cc0447f74233 | shasum -a 256