Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2013
Alinea 294 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ1721.
6.6.1 Onderdeel 2.7 klaagt dat 's Hofs overwegingen in rov. 39 ten aanzien van het door [eiseres] in fase 3 te leveren bewijs ook in tegenspraak en onverenigbaar zijn met hetgeen overwogen is in rov. 16. De overweging (in rov. 16) dat de grootte van de kans dat de ziekte door de blootstelling is veroorzaakt niet in fase 1 maar wel in fase 3 van de bewijslevering van belang is, valt immers niet te rijmen met de overweging (in rov. 39) dat [eiseres] als werkgever het van hem in fase 3 gevergde bewijs niet kan leveren door aan te tonen dat er een grote of zelfs veel grotere kans is dat de ziekte een andere oorzaak heeft dan de blootstelling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e49852839766bb4b895d1ca91082d9230d75ab795746bc991a00cc0447f74233. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e49852839766bb4b895d1ca91082d9230d75ab795746bc991a00cc0447f74233, en de alinea staat in dat document op bytes 161794 tot 162454.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e49852839766bb4b895d1ca91082d9230d75ab795746bc991a00cc0447f74233 | shasum -a 256