Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2013

Alinea 340 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ1721.

6.29 De hierna te bespreken klachten kanten zich tegen de beoordeling van wat het Hof heeft aangeduid als "fase II". Na een aanloopje aan het slot van onderdeel 3.3 postuleert onderdeel 3.3.1 de volgende klacht: "Waar het hof in rov. 34 vaststelt dat 'de vraag die resteert, is of [eiseres] in de periode tot 1990 gehouden was maatregelen te treffen ter voorkoming van OPS/CTE' is zijn oordeel in rov. 35 dat het antwoord hierop bevestigend luidt, onbegrijpelijk (en innerlijk tegenstrijdig) met zijn overweging aan het slot van rov. 35 dat 'toen mogelijk het risico van OPS/CTE nog niet bekend was'." Het laatstgenoemde oordeel wordt als onjuist ontmaskerd. Volgens het onderdeel kan - zoals het Hof in rov. 32 ook voorop zou stellen - van een werkgever in beginsel immers niet verlangd worden dat hij veiligheidsmaatregelen treft ten aanzien van een gevaar dat hij niet kende of behoorde te kennen. Volgens het onderdeel schendt het Hof met zijn oordeel tevens art. 24 Rv omdat het Hof juist vastgesteld zou hebben dat door [betrokkene 1] is gesteld dat [eiseres] gehouden was maatregelen te treffen ter voorkoming van OPS/CTE.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e49852839766bb4b895d1ca91082d9230d75ab795746bc991a00cc0447f74233. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e49852839766bb4b895d1ca91082d9230d75ab795746bc991a00cc0447f74233, en de alinea staat in dat document op bytes 185178 tot 186320.