Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2013

Alinea 435 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ1721.

6.65.2 Vanuit juridisch dogmatisch oogpunt kan men er alleszins over twijfelen of deze laatste bepaling rechtstreeks van toepassing is bij een aantal oorzaken die in de sfeer van de benadeelde liggen, maar die hem niet kunnen worden toegerekend. Die twijfel is met name gerechtvaardigd wanneer het gaat om persoonlijke aanleg of van buiten komende oorzaken waarvoor niemand aansprakelijk is.(144) Ik behoef daar verder niet op in te gaan omdat Uw Raad in het arrest Nefalit/[E] kennelijk al deze oorzaken (analoog aan) art. 6:101 BW voor rekening van de benadeelde brengt. Volledigheidshalve stip ik nog aan in art. 3:106 PETL in situaties als de onderhavige al dergelijke omstandigheden voor rekening van de benadeelde blijven.(145)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e49852839766bb4b895d1ca91082d9230d75ab795746bc991a00cc0447f74233. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e49852839766bb4b895d1ca91082d9230d75ab795746bc991a00cc0447f74233, en de alinea staat in dat document op bytes 228561 tot 229307.