Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 maart 2013

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 5 maart 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 maart 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ2191.

5.4. Het Hof heeft overwogen dat niet goed valt in te zien op welke wijze nadere verificatie ter bevestiging of ontkrachting van het vermoeden, buiten medeweten van de verdachte, zou hebben kunnen plaatsvinden en dat het daarbij in aanmerking neemt dat het gegeven de aard van de verdenking in de rede lag dat de politie met de nodige voortvarendheid te werk zou gaan. Deze overweging van het Hof doet de vraag rijzen of het Hof bij de vraag of nadere verificatie van de CIE-informatie vereist was om van een redelijke verdenking te kunnen spreken, heeft laten meespelen dat er, gelet op de inhoud van de informatie, enige haast geboden was. Het enkele feit dat de inhoud van informatie tot spoed noopt, ontneemt echter niet de onrechtmatigheid aan het binnentreden op grond van informatie die zonder nadere verificatie onvoldoende verdenking oplevert.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fa4543b1a8133cc7088d9eb012bb5fae3d4762fd3fecb697233975c91f6ef6c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fa4543b1a8133cc7088d9eb012bb5fae3d4762fd3fecb697233975c91f6ef6c, en de alinea staat in dat document op bytes 12330 tot 13196.