Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 maart 2013

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 5 maart 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 maart 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ2191.

5.7. De vraag die resteert, is of het oordeel van het Hof dat de CIE-informatie in combinatie met de beperkte verificatie die had plaatsgevonden voldoende grond vormde voor een redelijk vermoeden als bedoeld in art. 49 WWM, begrijpelijk is. Een dergelijk vermoeden kan worden aangenomen uitsluitend op basis van een anonieme melding.(2) Verificatie van de anonieme melding is dus niet steeds vereist. De beantwoording van de vraag of dergelijke informatie toereikend is voor de toepassing van het bij art. 49 WWM voorziene dwangmiddel is in belangrijke mate afhankelijk van de aan de feitenrechter voorbehouden weging en waardering van de omstandigheden van het geval. Het oordeel van de feitenrechter daaromtrent kan derhalve in cassatie slechts in beperkte mate worden getoetst.(3)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fa4543b1a8133cc7088d9eb012bb5fae3d4762fd3fecb697233975c91f6ef6c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fa4543b1a8133cc7088d9eb012bb5fae3d4762fd3fecb697233975c91f6ef6c, en de alinea staat in dat document op bytes 20051 tot 20847.