Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 maart 2013

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 5 maart 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 maart 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ2191.

5.9. In vooral de oudere jurisprudentie lijkt de classificatie van de informatie als al dan niet betrouwbaar geen rol van betekenis te spelen, ook niet als die informatie niet is geverifieerd. Zo oordeelde de Hoge Raad in 1983 dat het Hof terecht had geoordeeld dat de bij de politie binnengekomen melding inhoudende dat in perceel Bernard Kochstraat te Amsterdam, bewoond door een Turkse onderdaan genaamd A., verdovende middelen, met name heroïne aanwezig zou zijn, een redelijk vermoeden van schuld leverde ten aanzien van A., ten aanzien van degenen die zich bij komst van de politie in dit perceel bevonden en van de man die op dat ogenblik het pand verliet.(4) In de zaak HR 14 september 1992 (LJN ZC9093, NJ 1993/83) overwoog de Hoge Raad dat op grond van bij de chef van de CID binnengekomen informatie dat in een bepaald perceel te Amsterdam een man met een dikke buik genaamd Roel in het bezit zou zijn van 15 kilo amfetamine, een redelijk vermoeden kon ontstaan van schuld van de verdachte aan enig strafbaar feit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fa4543b1a8133cc7088d9eb012bb5fae3d4762fd3fecb697233975c91f6ef6c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fa4543b1a8133cc7088d9eb012bb5fae3d4762fd3fecb697233975c91f6ef6c, en de alinea staat in dat document op bytes 21518 tot 22557.