Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2013
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 maart 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ5664.
2.3 Criterium is dus of er een bijzondere wettelijke regel is op grond waarvan een incidentele vordering eerst en vooraf dient te worden behandeld en beslist. Indien die ontbreekt, geldt de maatstaf van art. 209 eerste zin Rv., die inhoudt dat de vordering eerst en vooraf wordt behandeld en beslist "indien de zaak dat medebrengt". Deze maatstaf laat onder omstandigheden ruimte voor de rechter om te beslissen dat het incident niet eerst en vooraf wordt uitgeprocedeerd(4). De rechter dient bij de toepassing van deze maatstaf, aan de hand van de aard en inhoud van de vordering, de belangen van partijen en het belang van een doelmatige procesvoering, na te gaan of een voorafgaande behandeling en beslissing redelijkerwijze geboden zijn en niet leiden tot een onredelijke vertraging van het geding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2c080af840ea2bdb114dc76a4cf450bb35d5a6b877f4c825940dc3a76f5020b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2c080af840ea2bdb114dc76a4cf450bb35d5a6b877f4c825940dc3a76f5020b, en de alinea staat in dat document op bytes 9374 tot 10189.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f2c080af840ea2bdb114dc76a4cf450bb35d5a6b877f4c825940dc3a76f5020b | shasum -a 256