Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2013

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ6521.

4.4. Het oordeel van het Hof is evenmin onbegrijpelijk. Door de raadsvrouwe is aangevoerd dat zij de getuige wil vragen of zij bij haar verklaring blijft en of zij verdachte heeft herkend als één van de jongens die bij het feit betrokken is geweest. Daarbij geeft de raadsvrouwe te kennen dat zij begrijpt dat het feit zich al weer enige tijd geleden heeft afgespeeld. Het Hof heeft het kennelijk en niet onbegrijpelijk niet waarschijnlijk geacht dat de getuige, die bij de politie heeft verklaard dat zij "de jongens" niet goed heeft gezien, zich opeens "meer" zou herinneren over het voorval. Het is bovendien de vraag wat de waarde van dat "meer" uit een oogpunt van relevantie en betrouwbaarheid zou kunnen zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fe66ec2b50ee478ade6a9747e3ae3e3d362dce9b25b44bed51215fd7ca4170f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fe66ec2b50ee478ade6a9747e3ae3e3d362dce9b25b44bed51215fd7ca4170f, en de alinea staat in dat document op bytes 8481 tot 9212.