Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2013
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ6521.
5.5. Toch meen ik dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Ik zou het er namelijk voor willen houden dat het berust op een onjuiste lezing van 's Hofs arrest. De tweede volzin kan bezwaarlijk gezien worden als een nadere specificatie van de eerste, waarin ten nadele van de verdachte met recidive wordt rekening gehouden. Dat de verdachte na het plegen van het feit opnieuw is veroordeeld is op zich niet iets wat de verdachte extra zwaar valt aan te rekenen, nu die veroordeling ook een feit kan betreffen dat daarvoor al was gepleegd. Kennelijk heeft het Hof met de tweede volzin tot uitdrukking willen brengen dat en waarom art. 63 Sr, dat door het Hof als toepasselijk artikel is aangehaald, van toepassing is. Ik teken daarbij aan dat art. 63 Sr ook eist dat met onherroepelijke veroordelingen rekening wordt gehouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fe66ec2b50ee478ade6a9747e3ae3e3d362dce9b25b44bed51215fd7ca4170f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fe66ec2b50ee478ade6a9747e3ae3e3d362dce9b25b44bed51215fd7ca4170f, en de alinea staat in dat document op bytes 12319 tot 13159.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7fe66ec2b50ee478ade6a9747e3ae3e3d362dce9b25b44bed51215fd7ca4170f | shasum -a 256