Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2013
Alinea 129 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ8317.
5 Het Hof vermeldt in rov. 5 dat de betreffende bodemprocedure aanhangig is gemaakt op de voet van art. 253 Rv. De laatstgenoemde bepaling maakt deel uit van de regeling omtrent verval van instantie (art. 251 t/m 253 Rv). De bepaling lijkt mij strikt genomen dan ook niet van toepassing, in elk geval niet rechtstreeks van toepassing, in gevallen waarin de eerdere procedure na faillissement van de eiser geëindigd is door ontslag van instantie (zie art. 27 lid 2 Fw). In het thans in cassatie bestreden tussenarrest d.d. 16 maart 2010 stelt het Hof - zoals vermeld - vast dat de eerdere procedure tussen [B] (als formele procespartij) en verzekeraars geëindigd is door ontslag van instantie. In het arrest in het incident d.d. 10 juli 2007 (rov. 3 en 8) vermeldt het Hof echter - allicht abusievelijk - dat de procedure tussen [B] en verzekeraars, na het faillissement van [B], geëindigd is door verval van instantie op de voet van art. 251 Rv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c91965715f4d340cc13f916c594bb91fd0bf9a126e950de2df6945589e19d49e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c91965715f4d340cc13f916c594bb91fd0bf9a126e950de2df6945589e19d49e, en de alinea staat in dat document op bytes 49451 tot 50412.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c91965715f4d340cc13f916c594bb91fd0bf9a126e950de2df6945589e19d49e | shasum -a 256