Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2013
Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ8317.
3.8.3 Alleen wanneer op basis van eigen feiten-onderzoek en -beoordeling redelijkerwijs geen andere conclusie mogelijk zou zijn dan die waarvan het Hof - zoals nog zal blijken op onjuiste grond - is uitgegaan, zou het beroep belang missen. Het is best mogelijk dat, los van de onderbouwing, voor de door het Hof gekozen weg inhoudelijk sterke argumenten pleiten, maar het vergt te veel werk en behoort te zeer tot het domein van de feitenrechter, om van de Hoge Raad te kunnen vergen dat hij ten deze zelf op feitenonderzoek uitgaat en tot een beoordeling van die feiten overgaat, nog daargelaten de onvolkomenheden in de overgelegde dossiers. Daaraan doet niet af dat in een eerdere procedure door een Hof is uitgegaan van een voorshands bewezen stelling; zie onder 2.6. Dat laatste illustreert dat zo'n oordeel redelijkerwijs mogelijk is, maar niet dat redelijkerwijs geen ander oordeel mogelijk is. Alleen in dat laatste geval zou [betrokkene 1] belang bij zijn kernklacht missen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c91965715f4d340cc13f916c594bb91fd0bf9a126e950de2df6945589e19d49e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c91965715f4d340cc13f916c594bb91fd0bf9a126e950de2df6945589e19d49e, en de alinea staat in dat document op bytes 26197 tot 27193.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c91965715f4d340cc13f916c594bb91fd0bf9a126e950de2df6945589e19d49e | shasum -a 256