Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2013

Alinea 89 Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 maart 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ8317.

"10. [Betrokkene 1] heeft tegen het voorgaande allereerst aangevoerd dat in deze zaak sprake is van het oordelen door een civiele rechter over de vraag of hij een misdrijf, namelijk brandstichting, heeft gepleegd. Naar de mening van [betrokkene 1] is een dergelijk oordeel exclusief voorbehouden aan de strafrechter. De verzekeraars hebben aangifte gedaan van brandstichting en verzekeringsfraude, maar het justitiële onderzoek heeft niet geleid tot verdere vervolging. De verzekeraars hebben tegen deze beslissing van de Officier van Justitie geen artikel 12 Sv.-klacht ingediend en hebben ten onrechte zelf onderzoek gedaan. [Betrokkene 1] stelt dat hij door te worden onderworpen aan het oordeel van de civiele rechter over eventuele brandstichting, wordt geschaad in zijn (mensen)rechten en dat aan hem waarborgen en rechten worden onthouden die in het Wetboek van Strafvordering zijn neergelegd voor de verdachte van een misdrijf. De verzekeraars hebben een beroep gedaan op artikel 294 K(oud) en daarvoor dienen zij volgens [betrokkene 1] te bewijzen dat sprake was van merkelijke schuld of nalatigheid, waarbij geldt dat merkelijke schuld niet gelijk is aan opzet. Het aantonen daarvan (het misdrijf brandstichting) is voorbehouden aan politie en justitie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c91965715f4d340cc13f916c594bb91fd0bf9a126e950de2df6945589e19d49e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c91965715f4d340cc13f916c594bb91fd0bf9a126e950de2df6945589e19d49e, en de alinea staat in dat document op bytes 30517 tot 31794.