Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 april 2013
Alinea 175 Parket bij de Hoge Raad 12 april 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 april 2013, ECLI:NL:PHR:2013:BZ9145.
Ik meen dat het onderdeel ook overigens niet kan slagen; voor een geval als het onderhavige vallen aan art. 2:8 BW m.i. geen voorschriften te ontlenen met betrekking tot de aard van dat overleg. Een andere opvatting zou n.m.m. te zeer afbreuk doen aan de eisen van rechtszekerheid. Ik wijs daarbij op art. 2:117 lid 4 en art. 2:227 lid 7 BW waarin is bepaald dat bestuurders en commissarissen in de algemene vergadering een raadgevende stem hebben. Het slagen van de klacht zou de vraag opwerpen of, en zo ja in welke gevallen en in welke mate aan deze raadgevende stem aanvullende eisen kunnen worden gesteld. Gelet op het erga omnes-karakter van een besluit en het belang van de rechtszekerheid gaat het mij te ver, ook in een geval als het onderhavige, om te eisen dat het voorafgaand overleg deugdelijk moet zijn. Het onderdeel faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bbfe900ca157e672b4ddecc865e214115a572047b2ed448aaa6b4e98251243e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bbfe900ca157e672b4ddecc865e214115a572047b2ed448aaa6b4e98251243e, en de alinea staat in dat document op bytes 65535 tot 66386.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8bbfe900ca157e672b4ddecc865e214115a572047b2ed448aaa6b4e98251243e | shasum -a 256