Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2013

Alinea 81 Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2013, ECLI:NL:PHR:2013:CA0721.

3.20.1 Uit de Faillissementswet vloeit voort dat de failliet in vermogensrechtelijk opzicht de beschikkingsbevoegdheid over zijn vermogen verliest, voor zover dat vermogen onder het faillissement valt, en dat die bevoegdheid overgaat op de curator, die die bevoegdheid onder toezicht van de rechter-commissaris uitoefent in het belang van de boedel en schuldeisers. Uit die bevoegdheidsovergang vloeit voort niet alleen dat de curator met uitsluiting van de failliet lopende procedures mag voortzetten (artikel 27 Fw) of nieuwe procedures mag starten, maar ook dat hij vaststellingsovereenkomsten of schikkingen mag aangaan (artikel 104 Fw). De waarde van vaststellingsovereenkomsten of schikkingen is mede hierin gelegen dat over de geschilpunten, waarop die overeenkomsten of schikkingen betrekking hebben, niet of niet langer een procedure kan worden gevoerd, ook niet door de failliet. Dit alles vormt geen ongeoorloofde inbreuk op het recht van de failliet op toegang tot de rechter. De genoemde regelingen in de Faillissementswet dienen een legitiem doel en zijn niet in algemeen als disproportioneel aan te merken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/78cea2405af330586f3839ebfe82eca3c198572d60c80ac04d917018ad541852. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 78cea2405af330586f3839ebfe82eca3c198572d60c80ac04d917018ad541852, en de alinea staat in dat document op bytes 42748 tot 43882.