Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2013
Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2013
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2013, ECLI:NL:PHR:2013:CA0727.
3.10. Bij de beoordeling van onderdeel 2.3 staat voorop dat een rechterlijke beslissing niet voor de lezer onbegrijpelijk wordt door de enkele omstandigheid dat ten processe stellingen zijn aangevoerd die in een andere richting wijzen dan die, welke door de rechter is ingeslagen. Niettemin is in deze zaak iets bijzonders aan de hand. Het hof heeft aangenomen dat de Gemeente in 1992 de bedoeling had, GEB uiteindelijk de (juridisch volwaardige) eigendom van de bedrijfsmiddelen te verstrekken. Verder overwoog het hof dat de economische (niet-juridische) levering van deze bedrijfsmiddelen berustte op een pragmatische, op praktische problemen bij de uitvoering terug te voeren, keuze (rov. 4.4). In rov. 4.5 stelt het hof de zaken zo voor, dat vanwege de in 1992 nog bestaande rechtsonzekerheid of ondergrondse leidingen roerend of onroerend waren, het vestigen van een opstalrecht de enige mogelijkheid was om de leidingen in eigendom over te dragen: daarom moeten partijen in de redenering van het hof een opstalrecht hebben bedoeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a080373ddb9b77966ae3584323ceea80bdf034814f40bd516e4c352db691029. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a080373ddb9b77966ae3584323ceea80bdf034814f40bd516e4c352db691029, en de alinea staat in dat document op bytes 40009 tot 41061.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2a080373ddb9b77966ae3584323ceea80bdf034814f40bd516e4c352db691029 | shasum -a 256