Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2013

Alinea 94 Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2013

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2013, ECLI:NL:PHR:2013:CA0727.

3.18. Hetgeen het hof in rov. 4.9 - 4.11 heeft overwogen betekent dat het (aan art. 5:20 lid 2 BW ontleende) eigendomsrecht van Eneco niet de bevoegdheid meebrengt om de haar toebehorende kabels, leidingen en buizen in de grond van de Gemeente te laten liggen. Daarvoor is een afzonderlijke publiekrechtelijke of privaatrechtelijke bevoegdheid nodig. Een recht van opstal, zoals gevorderd, zou Eneco privaatrechtelijk die bevoegdheid verschaffen. Daarom behoudt Eneco volgens het hof belang bij haar vordering tot vestiging van een opstalrecht. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De - op zich correcte - premisse dat met een opstalrecht 'verticale natrekking' wordt voorkomen noopt niet tot de in het middel gemaakte gevolgtrekking dat Eneco bij vestiging van een opstalrecht uitsluitend belang kan hebben indien daarmee 'verticale natrekking' wordt voorkomen. Een opstalrecht biedt meer dan alleen het voorkómen van 'verticale natrekking': dit blijkt bijvoorbeeld uit het bepaalde in art. 5:103 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a080373ddb9b77966ae3584323ceea80bdf034814f40bd516e4c352db691029. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a080373ddb9b77966ae3584323ceea80bdf034814f40bd516e4c352db691029, en de alinea staat in dat document op bytes 45851 tot 46892.