Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2014

Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:106.

Bij de door [verzoeker] aan de orde gestelde vraag of de rechtbank de behandeling van de aanvraag door de Bank van diens faillissement desondanks had moeten schorsen ten einde eerst een beslissing over toelating van [verzoeker] tot de wettelijke schuldsaneringsregeling te nemen, staat het hof stil in de rov. 3.9.1 t/m 3.9.10 van het bestreden arrest. De beschouwingen die het hof aan de zojuist genoemde vraag in de rov. 3.9.1 t/m 3.9.6 wijdt, komen – hier kort weergegeven – op het volgende neer. Mede gelet op de betwisting van de zijde van de Bank, heeft [verzoeker], met name door het proces-verbaal van de hoorzitting bij de rechtbank niet over te leggen ondanks de door het hof geuite wens om dat proces-verbaal te willen ontvangen, aan het hof onvoldoende informatie verschaft om de juistheid te kunnen toetsen van zijn stelling dat de rechtbank hem geen brief als bedoeld in artikel 3 lid 2 Fw heeft gezonden en van zijn stelling dat hij tijdens genoemde hoorzitting – dus mondeling – alsnog de rechtbank een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling heeft gedaan ( ) . Van deze opstelling draagt [verzoeker] het risico. Met dit laatste bedoelt het hof te zeggen dat de zojuist genoemde stellingen van [verzoeker] niet voor juist kunnen worden gehouden. ( )

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6fcd35389fa13aff77646c423002ddc14d0f036c252c9c680c48bec22802fec4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6fcd35389fa13aff77646c423002ddc14d0f036c252c9c680c48bec22802fec4, en de alinea staat in dat document op bytes 18720 tot 20286.