Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2014

Onder 2.5 Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:106.

In § 8 van zijn verzoekschrift tot cassatie vermeldt [verzoeker] als rechtsoverwegingen, waarin het hof het recht heeft geschonden of op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen heeft verzuimd, alleen de rov. 3.9.7 t/m 3.9.9 en niet ook de rov. 3.9.1 t/m 3.9.6. Tegen deze laatste rechtsoverwegingen keert [verzoeker] zich ook niet op een andere plaats in diens verzoekschrift tot cassatie, in ieder geval niet nadrukkelijk. Wel wordt in § 16 van het verzoekschrift tot cassatie opgemerkt: “Bovendien belette niets het gerechtshof om de rechtbank te vragen het proces-verbaal aan het gerechtshof toe te zenden, zoals dat in de praktijk wel vaker gebeurt” . Hierop wordt in § 32 van het aanvullend verzoekschrift voortgeborduurd met de bewering: “[verzoeker] meent voorts dat, vgl. onder 16 van zijn verzoekschrift tot cassatie, gelet op de thans gebleken heropening van het onderzoek, het gerechtshof zelf het proces-verbaal bij de rechtbank had behoren op te vragen, om ook op die basis [verzoeker] gelegenheid voor het geven van een reactie te bieden” . Ook indien in deze twee uitlatingen een – genoegzaam uitgewerkte en/of tijdig aangevoerde – klacht zou kunnen worden gelezen tegen de beslissing van het hof dat het niet overleggen van het proces-verbaal van de hoorzitting bij de rechtbank voor risico van [verzoeker] komt in die zin dat mede daardoor de juistheid van de twee hiervoor in 2.4 genoemde stellingen van [verzoeker] niet voor juist kunnen worden gehouden, slaagt die klacht niet. Het is aan de betrokken partij en niet aan de rechter om de juistheid of aannemelijkheid van stellingen, die zij naar voren heeft gebracht en door de wederpartij zijn betwist, aan te tonen (artikel 150 Rv). Bovendien, afgezien van de in artikel 34 lid 1, sub b, Rv bedoelde verplichting tot het overleggen van stukken aan de rechter, kan de rechter krachtens artikel 21 Rv een partij bevelen om op een zaak betrekking hebbende bescheiden over te leggen. Laat de partij dat na zonder daarvoor een gewichtige reden te hebben, dan kan de rechter daaraan de gevolgtrekking verbinden die hij geraden acht. Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof heeft de raadsman van [verzoeker] meegedeeld dat [verzoeker] wel over het proces-verbaal beschikt maar dat [verzoeker] ervoor gekozen heeft om het niet over te leggen omdat het zo summier is en vol fouten van wie wat gezegd heeft zit. ( ) Hierin heeft het hof geen gewichtige reden voor het niet overleggen van het proces-verbaal hoeven te zien. ( )

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6fcd35389fa13aff77646c423002ddc14d0f036c252c9c680c48bec22802fec4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6fcd35389fa13aff77646c423002ddc14d0f036c252c9c680c48bec22802fec4, en de alinea staat in dat document op bytes 20365 tot 23219.