Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2014

Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:106.

De klacht waarom het in het aanvullend verzoekschrift vooral gaat, is dat – blijkens het overzicht van bij het hof binnengekomen stukken op blz. 2 van het proces-verbaal van de mondelinge behandeling bij het hof – het hof na de mondelinge behandeling nog van curatoren een aanvullend urenoverzicht heeft gevraagd en verkregen zonder hiervan [verzoeker] in kennis te stellen. Het opvragen van een aanvullend urenoverzicht vormt, zo wordt gesteld, een heropening van de behandeling van het geschil tussen partijen, waarvan [verzoeker] in kennis had moeten worden gesteld, zodat hij de gelegenheid zou hebben gehad om zich nader uit te laten over de kostenopgave en meer in het algemeen over de tussen partijen bestaande geschilpunten en om bewijs aan te dragen. Met zijn handelwijze heeft het hof het beginsel van hoor en wederhoor en het recht op een eerlijk proces als vastgelegd in artikel 6 EVRM geschonden; zie met name de §§ 8, 9, 12 en 27 t/m 33 van het aanvullend verzoekschrift.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6fcd35389fa13aff77646c423002ddc14d0f036c252c9c680c48bec22802fec4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6fcd35389fa13aff77646c423002ddc14d0f036c252c9c680c48bec22802fec4, en de alinea staat in dat document op bytes 34315 tot 35320.