Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2014

Onder 2.8.1 Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:108.

“2.4 Het eerste nog te bespreken verwijt dat ABN AMRO [verweerder] maakte was dat [verweerder] bevriende bankrelaties toestond verder “rood te staan” dan volgens de richtlijnen van ABN AMRO was toegelaten en dat hij medewerkers opdroeg om in strijd met die richtlijnen zodanige administratieve kunstgrepen toe te passen dat zijn toezegging aan de relatie kon worden uitgevoerd (zie eerste tussenarrest overwegingen 4.5 onder b en 4.8). ABN AMRO is bij het eerste tussenarrest toegelaten haar desbetreffende stellingen te bewijzen. ABN AMRO heeft zich bij haar bewijslevering beperkt tot de gang van zaken met betrekking tot een kredietverlening aan [betrokkene 2], destijds bevriend met de zoon van een relatie van [verweerder], aan wie - naar tussen partijen vaststaat - in februari 2004 een particulier flexibel krediet is verleend van € 15.000,- terwijl zij reeds een zakelijk krediet tot een bedrag van € 10.000,- had, welk bedrag op dat moment volledig was gebruikt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf390e4fc168808e977bab48cc505b0d4a3b0c3b1d7478ed47c75330d6bf3269. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf390e4fc168808e977bab48cc505b0d4a3b0c3b1d7478ed47c75330d6bf3269, en de alinea staat in dat document op bytes 14417 tot 15411.