Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2014

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:108.

Uit de verklaringen van de getuigen [betrokkene 1] en [betrokkene 3] volgt dat het particulier krediet dat [betrokkene 2] vervolgens heeft gekregen, haar is verleend op verzoek van [verweerder]. De getuige [betrokkene 1] - destijds volgens zijn verklaring manager particulieren - verklaart: “[verweerder] heeft mij toen verzocht haar aanvullend een particulier krediet te geven. Ik heb dat verzoek niet gehonoreerd gezien de financiële positie van [betrokkene 2]. Ik heb onderzoek gedaan bij de krediet registratie in Tiel waaruit bleek dat zij een zeer slechte betaler was en schulden had en bovendien had zij geen reguliere inkomsten. Ik weet dat mij toen geen inkomstenverklaring is getoond. Toen ik vervolgens een dag niet op kantoor was geweest, hoorde ik de volgende dag van mijn medewerker [betrokkene 3] dat het particulier krediet alsnog in opdracht van [verweerder] was verleend.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf390e4fc168808e977bab48cc505b0d4a3b0c3b1d7478ed47c75330d6bf3269. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf390e4fc168808e977bab48cc505b0d4a3b0c3b1d7478ed47c75330d6bf3269, en de alinea staat in dat document op bytes 16729 tot 17637.