Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2014

Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:108.

Het hof acht het op grond van de verklaringen van [betrokkene 4] en [betrokkene 1] genoegzaam bewezen dat [verweerder] eind 2003 [betrokkene 4] heeft gevraagd [betrokkene 5] te bellen over het overhevelen van omzet uit de verkoop van verzekeringen en dat hij in hun bijzijn een telefoongesprek over het overhevelen van omzetten heeft gevoerd toen [betrokkene 4] niet op zijn verzoek wilde ingaan. Aannemelijk is ook dat dit gesprek door [verweerder] is gevoerd met [betrokkene 5], directeur van de vestiging Hoofddorp van ABN AMRO. [verweerder] had [betrokkene 4] immers voorafgaande aan het bewuste gesprek gevraagd [betrokkene 5] te bellen, over het overdragen van bedoelde omzet. [verweerder] kan zich bovendien ook herinneren dat hij in die tijd een gesprek met [betrokkene 5] heeft gevoerd (dat over een ander onderwerp zou zijn gegaan).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf390e4fc168808e977bab48cc505b0d4a3b0c3b1d7478ed47c75330d6bf3269. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf390e4fc168808e977bab48cc505b0d4a3b0c3b1d7478ed47c75330d6bf3269, en de alinea staat in dat document op bytes 23802 tot 24657.