Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2014

Onder 3.6.1 Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:108.

Hetgeen onder 3.4 en 3.5 werd gememoreerd, acht ik niet geheel zonder gewicht, maar doorslaggevend is het m.i. niet. Hoewel de vergelijking volstrekt mank gaat en het verre van mij is om zelfs maar te suggereren dat [verweerder] handelwijze ook maar een beetje vergelijkbaar is met misstanden elders op de wereld en in de (recente geschiedenis) illustreert de (volkenrechtelijke) rechtspraak dat men zich niet kan verschuilen achter noties zoals: zo ging dat nu eenmaal of het werd mij opgedragen. De reden waarom ik die voorbeelden noem, ligt niet in de inhoudelijke parallel, want die is volledig afwezig. Maar de reden waarom zo’n verweer niet opgaat, is in essentie dezelfde. Bij gedrag dat er rechtens niet mee door kan, kan niet met vrucht worden tegengeworpen dat dit nu eenmaal de mode van de tijd was wanneer degene die zich aan bepaalde handelingen te buiten ging ook destijds redelijkerwijs moet hebben begrepen dat wat hij deed de toets der kritiek niet kon doorstaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf390e4fc168808e977bab48cc505b0d4a3b0c3b1d7478ed47c75330d6bf3269. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf390e4fc168808e977bab48cc505b0d4a3b0c3b1d7478ed47c75330d6bf3269, en de alinea staat in dat document op bytes 38282 tot 39418.