Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2014
Onder 4.3.1 Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:108.
Het is een Bijbelse wijsheid dat na het stellen van de vraag wie vrij van zonden is de eerste steen werpe zich zelden stenengooiers aandienen. Alleen al tegen die achtergrond bezien, lijkt het “brandschoon” moeten zijn mij overtrokken. In elk geval wanneer het au grand sérieux wordt genomen. Fouten zijn menselijk en niet iedere fout is onvergeeflijk; ook niet voor bankmedewerkers of zelfs maar hogere bankemployés. Ook op zich minder wenselijke gedragingen kunnen m.i. niet steeds en zonder meer tot de conclusie leiden dat een (bank)medewerker niet integer is. Dat neemt niet weg dat ook in mijn ogen van medewerkers in de financiële wereld en al helemaal van leidinggevende personen in die wereld mag en mocht worden verwacht dat ze op eerlijke en openhartige wijze omgaan met – kort gezegd – de aan hun zorgen toevertrouwde belangen en dat zij zich ook overigens op zodanige wijze gedragen dat de financiële instelling, de toezichthouder en derden aan hun handelingen redelijkerwijs geen aanstoot moeten kunnen nemen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf390e4fc168808e977bab48cc505b0d4a3b0c3b1d7478ed47c75330d6bf3269. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf390e4fc168808e977bab48cc505b0d4a3b0c3b1d7478ed47c75330d6bf3269, en de alinea staat in dat document op bytes 42530 tot 43643.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cf390e4fc168808e977bab48cc505b0d4a3b0c3b1d7478ed47c75330d6bf3269 | shasum -a 256