Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014

Onder 4.17 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:12.

Uit hetgeen ik tot nu toe heb besproken volgt, dat het hof naar mijn mening de in rov. 9.2 geformuleerde vraag kon stellen. Het hof heeft deze vraag vervolgens onderzocht in rov. 9.3-15.2. Zijn slotsom in rov. 16 is dat van een letterlijke of equivalente inbreuk op conclusie 1 (en de daarvan afhankelijke conclusies 2, 3, 6 ,9, 10, 11 en 12) van EP ‘902 geen sprake is. Het middel richt daartegen in de subonderdelen 1.2 t/m 1.3 en de onderdelen 2 t/m 6 diverse klachten. Alvorens deze klachten te bespreken, schets ik kort het juridisch kader voor de uitleg van octrooien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/65ae418329b64d4055c830c44e84725a6482c0d9608266f40df20b40cab34a8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 65ae418329b64d4055c830c44e84725a6482c0d9608266f40df20b40cab34a8b, en de alinea staat in dat document op bytes 50959 tot 51549.