Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014
Onder 4.20.2 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:12.
In het arrest van 1995 is aldus tot uitdrukking gebracht dat ‘hetgeen voor de uitvinding waarvan de bescherming wordt ingeroepen, wezenlijk is’ , onderscheidenlijk ‘de achter de woorden van die conclusies liggende uitvindingsgedachte’ niet langer als uitgangspunt dient, doch als gezichtspunt, tegenover de letterlijke tekst van de conclusies (de ‘uitersten’ in de woorden van het Protocol). De feitenrechter die zich gesteld ziet voor de taak de beschermingsomvang van een octrooi vast te stellen door uitleg van de octrooiconclusies, dient bovenstaande maatstaf (met inbegrip van hetgeen in het arrest van 1995 overigens nog is overwogen) te hanteren. Die uitleg is in de regel overigens zozeer verweven met waarderingen van feitelijke aard, dat deze in cassatie slechts in beperkte mate op juistheid kan worden onderzocht (vgl. HR 31 oktober 2003, nr. C02/227, NJ 2006, 600).”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/65ae418329b64d4055c830c44e84725a6482c0d9608266f40df20b40cab34a8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 65ae418329b64d4055c830c44e84725a6482c0d9608266f40df20b40cab34a8b, en de alinea staat in dat document op bytes 57881 tot 58856.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/65ae418329b64d4055c830c44e84725a6482c0d9608266f40df20b40cab34a8b | shasum -a 256