Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2014

Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:13.

De klachten van het cassatiemiddel zijn ongegrond. Uit de hierboven geciteerde rechtsoverwegingen en uit hetgeen het hof verder in zijn arrest overwogen heeft, blijkt duidelijk dat het hof wel degelijk heeft aangenomen dat het ‘centrum van de voornaamste belangen’ als bedoeld in art. 3 lid 1 Insolventieverordening in het onderhavige geval de plaats is waar de schuldenaar gewoonlijk het beheer over zijn belangen voert en die daardoor als zodanig voor derden herkenbaar is (zie rov. 3.2 en 3.11). Er blijkt ook niet dat het hof een en ander bij zijn oordeel over het centrum van de voornaamste belangen van [verzoeker], zou hebben miskend (vgl. rov. 3.3 t/m 3.11). Het oordeel van het hof hierover is bovendien allerminst onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Dit behoeft hier ook geen verdere toelichting; ik verwijs naar de uitvoerige motivering in rov. 3.2 t/m 3.11 van het bestreden arrest. Hierop stuiten alle klachten van het cassatiemiddel af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ee0db916913fe58efd1068d4cb0640c97c6e72ae975004b9db1e724edf2288a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ee0db916913fe58efd1068d4cb0640c97c6e72ae975004b9db1e724edf2288a, en de alinea staat in dat document op bytes 12567 tot 13541.