Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2014

Onder 25. Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 mei 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1421.

Op grond van het voorgaande kom ik tot een afsluiting. De vordering herroeping is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen verzoeker. In dat licht heeft de rechtbank ten onrechte geen toepassing gegeven aan art. 361a Sv. De beslissing herroeping had deel moeten uitmaken van haar uitspraak ter zake van het strafbaar feit waarvoor verzoeker in de strafzaak werd vervolgd en had dus in het vonnis moeten worden opgenomen. Dat de rechtbank dit heeft nagelaten mag niet in het nadeel van verzoeker ertoe leiden dat hij niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep wordt verklaard. Aldus versta ik ook het arrest van HR 25 juni 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZD0495, NJ 1997/721. Een andersluidende uitleg zou tot de mijns inziens onaanvaardbare consequentie leiden dat door een verzuim te dezen van de rechter in eerste aanleg, de betrokkene een hem op grond van art. 15j, vierde lid, Sr geboden rechtsmiddel wordt onthouden, waarbij geen betoog behoeft dat de betrokkene een in rechte te respecteren belang heeft bij het aanwenden van het rechtsmiddel van hoger beroep en een tweede beoordeling van de vordering herroeping door een hogere gerechtelijke instantie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd60038ca1a9ec440ee3a48f8257e5651e4d22fa135c2e0cdf74e3dbd72cb831. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd60038ca1a9ec440ee3a48f8257e5651e4d22fa135c2e0cdf74e3dbd72cb831, en de alinea staat in dat document op bytes 26928 tot 28093.