Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2014

Onder 3.4.1 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:15.

Het komt mij voor dat hetgeen in de MvT is vermeld over de werking van de rechterlijke uitspraak na ommekomst van het overleggen van stukken aan de rechter (dat wil zeggen: het fourneren) de door [eiseres] gestelde vraag reeds beantwoordt. De uitspraak heeft dan immers rechtskracht tegen de boedel. Bij die stand van zaken mist [eiseres] redelijk belang bij haar verzoek.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ecf7dac2287a44e0d26a775c59b254c3779683a56e47b01b37bc0dc66076a90. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ecf7dac2287a44e0d26a775c59b254c3779683a56e47b01b37bc0dc66076a90, en de alinea staat in dat document op bytes 24362 tot 24811.