Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2014
Onder 3.4.2 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:15.
Dit wordt niet anders wanneer we, bij veronderstellenderwijs aangenomen toepasselijkheid van de artikelen 28 en 29 Fw., acht slaan op art. 28 lid 3 Fw. Immers valt aan te nemen dat het doen van het onderhavige verzoek kostbaarder is dan het theoretische voordeel dat [eiseres] op die voet zou kunnen binnenslepen. Nog daargelaten dat dit eventuele “voordeel” in voorkomende gevallen juist in een nadeel zou kunnen verkeren, zodat [eiseres] zich met haar verzoek in eigen voet zou kunnen schieten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ecf7dac2287a44e0d26a775c59b254c3779683a56e47b01b37bc0dc66076a90. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ecf7dac2287a44e0d26a775c59b254c3779683a56e47b01b37bc0dc66076a90, en de alinea staat in dat document op bytes 24902 tot 25613.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7ecf7dac2287a44e0d26a775c59b254c3779683a56e47b01b37bc0dc66076a90 | shasum -a 256