Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2014

Onder 3.7.1 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:15.

Assers (en Wessels’) gedachte is, met alle respect, weinig praktisch. Het mist m.i. goede zin om de artikelen 27-29 Fw. na de conclusie weer “in werking te laten treden”. Wat zou dat immers betekenen? Het kan toch niet zo zijn dat het geding weer opnieuw begint. Partijen zouden dan kunnen gaan debatteren over de conclusie, eventuele daarin gemaakte opmerkingen zouden de verweerder kunnen inspireren om incidenteel beroep in te stellen en de andere partij om te betogen dat eventueel gemiste klachten onder het middel te brengen. Dat lijkt me niet te verzoenen met een ordelijke processuele gang van zaken. Het zou in voorkomende gevallen bovendien kunnen leiden tot een niet te rechtvaardigen bevoordeling van een bepaalde partij. Voor zover Asser (en Wessels) bedoelde(n) te zeggen dat na de conclusie slechts oproeping van de curator mogelijk is zonder dat de curator met die oproeping nog iets kan doen, ontgaat me wat het nut daarvan kan zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ecf7dac2287a44e0d26a775c59b254c3779683a56e47b01b37bc0dc66076a90. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ecf7dac2287a44e0d26a775c59b254c3779683a56e47b01b37bc0dc66076a90, en de alinea staat in dat document op bytes 26948 tot 28080.