Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014

Onder 6.12 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:16.

Maar ook wanneer de klacht wat minder beperkt wordt gelezen, faalt ze. Anders dan het onderdeel veronderstelt, heeft het Hof niet tot uitgangspunt genomen dat de vraag welke onderhouds- en veiligheidsmaatregelen mogelijk en redelijkerwijs van de wegbeheerder te vergen zijn de beslissende of centraal staande omstandigheden zijn bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een gebrek in de weg. Dat blijkt heel duidelijk uit rov. 6.5 en 6.6, in onderlinge samenhang gelezen. Immers overweegt het Hof in de tweede volzin van rov. 6.6 dat het aankomt op “alle voorgenoemde omstandigheden”. Hetgeen daarop volgt, onderstreept dat nog eens.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfb92cb820749233b8749c0fd3f175086b62ce4109f1af934102debd71d6d208. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfb92cb820749233b8749c0fd3f175086b62ce4109f1af934102debd71d6d208, en de alinea staat in dat document op bytes 56935 tot 57593.