Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014

Onder 6.17.2 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:16.

Zelf zou ik denken dat de overheid in het kader van het te voeren verweer in voorkomende gevallen een voldoende houvast biedend verweer moet voeren. Maar de adder onder het gras ligt in de “voorkomende gevallen”. De stellingen van de benadeelde partij moeten wel toereikend zijn om zinvol verweer te kunnen voeren. De door Reaal gevoerde stellingen boden de gemeente in casu in ’s Hofs alleszins begrijpelijke visie niet voldoende houvast. M.i. springt immers in het oog dat de redelijkerwijs van een overheidslichaam te vergen kosten niet los kunnen worden gezien van onder meer de kans op ongevallen en de aard en ernst van de schade als deze zich verwezenlijken. Bij een minimale kans en hooguit bagatelschade zal doorgaans heel weinig kunnen worden gevergd en bij een grote kans en aanzienlijke schade in beginsel veel meer. Het partijdebat werpt evenwel geen licht op de vraag waar we in deze zaak op de kans- en ernstschaal zitten. In een dergelijke setting is nauwelijks zinvol om veel van de gedaagde te vergen; ook niet welk gewicht toekomt aan de financiële armslag van het betrokken overheidslichaam. Wat moet hij immers aanvoeren?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfb92cb820749233b8749c0fd3f175086b62ce4109f1af934102debd71d6d208. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfb92cb820749233b8749c0fd3f175086b62ce4109f1af934102debd71d6d208, en de alinea staat in dat document op bytes 62120 tot 63317.