Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2014

Onder 6.3 Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:162.

“2.6.2. De rechtbank leidt uit het voorgaande [de toelichting bij het Besluit Wfsv; PJW] af dat een schriftelijke overeenkomst met de duur van ten minste een jaar een vereiste is voor het kunnen toepassen van het lage premiepercentage voor de sectorpremie. Nu vast staat dat belanghebbende geen schriftelijke arbeidsovereenkomsten met haar werknemers heeft gesloten en er enkel sprake is van mondelinge arbeidsovereenkomsten is de rechtbank van oordeel dat terecht het hoge premiepercentage voor de sectorpremie is toegepast. Dat de gemachtigde van belanghebbende niet op de hoogte was van het vereiste van de schriftelijke overeenkomsten doet aan het voorgaande niet af. Derhalve is het gelijk aan de zijde van de inspecteur.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ccd33d0a03ccec92dc1e1ba913dd9fc1b4560b9cffe6bb30287dd7f0b947b7b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ccd33d0a03ccec92dc1e1ba913dd9fc1b4560b9cffe6bb30287dd7f0b947b7b2, en de alinea staat in dat document op bytes 83049 tot 83790.