Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2014

Onder 6.6 Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:162.

HR BNB 2012/175 betrof een schepeling die zonder schriftelijke arbeidsovereenkomst aan boord van een schip had gewerkt en tijdens die werkzaamheden een ongeval had gekregen waardoor hij arbeidsongeschikt was geraakt. Hij vroeg het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om een uitkering krachtens de ZW, die het UWV weigerde omdat art. 398(1) Wetboek van Koophandel eiste dat de arbeidsovereenkomst tussen een zeewerkgever en een schepeling op straffe van nietigheid schriftelijk wordt aangegaan en door de schepeling persoonlijk wordt ondertekend. Nu daar in casu niet aan was voldaan, was volgens het UWV geen sprake geweest van een arbeidsovereenkomst of werknemerschap in de zin van de ZW. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) was het met het UWV eens. In cassatie betoogde de schepeling dat aan het schriftelijkheidsvereiste voorbij moest worden gegaan omdat het strekte tot bescherming van de schepeling, terwijl weigering van een ZW-uitkering wegens ontbreken van een geschrift juist haaks zou staan op die beschermingsbedoeling. U was dat met de schepeling eens en breidde het werknemerschap in de zin van art. 3(1) ZW uit voor gevallen als die van deze schepeling:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ccd33d0a03ccec92dc1e1ba913dd9fc1b4560b9cffe6bb30287dd7f0b947b7b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ccd33d0a03ccec92dc1e1ba913dd9fc1b4560b9cffe6bb30287dd7f0b947b7b2, en de alinea staat in dat document op bytes 95570 tot 96830.