Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2014
Onder 7.1 Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:162.
“Het is goed dat de fiscale rechtsgang twee feitelijke instanties kent. Volgde de rechtbank de visie van de inspecteur (geen schriftelijke overeenkomst, dus hogere premie), het hof plaatste het vergrootglas en oordeelde in het voordeel van belanghebbende. Een strak betoog van het hof. De redenering start met de wettelijke basis: art. 28, lid 1, Wfsv, die geen eisen stelt ten aanzien van de schriftelijke vorm, zoals art. 2.3 van het besluit. De schriftelijke vorm lijkt op een bewijsregel, waarbij, nu de wet zelf deze bewijsregel niet stelt, de zgn. vrije bewijsleer geldt. En tussen partijen stond vast dat er dienstbetrekkingen waren van langer dan een jaar en dat ook de uit te voeren werkzaamheden een bepaalde omvang hadden. Het hof verwijst vervolgens naar art. 59, lid 1, Wfsv, waarin is bepaald dat de premies worden geheven in overeenstemming met de voor de loonbelasting geldende regels. Als er volgens het civiele recht een arbeidsovereenkomst is, dan geldt dit ook voor het fiscale recht. Het hof komt vervolgens tot de conclusie nu sprake is van arbeidsovereenkomsten langer dan een jaar, dat het besluit onverbindend is. Het hof lijkt zich te beperken tot deze zaak, gelet op de woorden ‘in zoverre jegens belanghebbende onverbindend’ (overweging 4.17).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ccd33d0a03ccec92dc1e1ba913dd9fc1b4560b9cffe6bb30287dd7f0b947b7b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ccd33d0a03ccec92dc1e1ba913dd9fc1b4560b9cffe6bb30287dd7f0b947b7b2, en de alinea staat in dat document op bytes 100748 tot 102038.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ccd33d0a03ccec92dc1e1ba913dd9fc1b4560b9cffe6bb30287dd7f0b947b7b2 | shasum -a 256