Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2014
Onder 3.2 Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 februari 2014, ECLI:NL:PHR:2014:162.
“2.10 Ook het beroep van belanghebbende op het arrest HR 9 december 2011, nr. 10/4551, NTFR 2011/2770 [HR BNB 2012/175, zie 6.6 hierna; PJW], kan niet slagen, omdat, naar het oordeel van de rechtbank daarin geen sprake is van een met de onderhavige vergelijkbare situatie. De Hoge Raad heeft in dat arrest geoordeeld dat de formele vereisten van artikel 398, eerste lid, van het Wetboek van Koophandel en de daaraan verbonden sanctie van nietigheid vooral zijn gesteld in het belang van de werknemer. In het geval van belanghebbende is het wettelijke vereiste dat de arbeidsovereenkomst schriftelijk moet zijn vastgelegd alvorens recht bestaat op toepassing van de lage sectorpremie, nu juist in het belang van de werkgever.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ccd33d0a03ccec92dc1e1ba913dd9fc1b4560b9cffe6bb30287dd7f0b947b7b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ccd33d0a03ccec92dc1e1ba913dd9fc1b4560b9cffe6bb30287dd7f0b947b7b2, en de alinea staat in dat document op bytes 23716 tot 24458.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ccd33d0a03ccec92dc1e1ba913dd9fc1b4560b9cffe6bb30287dd7f0b947b7b2 | shasum -a 256