Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2014
Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1633.
Art. 6:95 BW bepaalt dat de schade die op grond van een wettelijke verplichting tot schadevergoeding moet worden vergoed, onder meer bestaat in vermogensschade. In art. 6:96 lid 2 BW worden drie type kosten uitdrukkelijk als vermogensschade aangemerkt: redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade die als gevolg van de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust, mocht worden verwacht (sub a), de redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid (sub b) en de redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte (sub c). In deze zaak zijn slechts de onder sub b en c genoemde kosten aan de orde, ook wel expertisekosten en buitengerechtelijke kosten. Omdat het onderscheid tussen beide kosten thans niet van belang is, spreek ik van buitengerechtelijke kosten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/941d67f924cb5ec032544af2fac075b47472aab04f0a3c43f3ff72779f39bd78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 941d67f924cb5ec032544af2fac075b47472aab04f0a3c43f3ff72779f39bd78, en de alinea staat in dat document op bytes 19624 tot 20440.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/941d67f924cb5ec032544af2fac075b47472aab04f0a3c43f3ff72779f39bd78 | shasum -a 256