Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2014

Onder 5. Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2014

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1639.

Getuige [betrokkene 2] heeft verklaard dat hij op het moment van het incident werkzaam was in het backstation en dat hij opeens zag dat [betrokkene 1] op de grond lag. Toen hij [betrokkene 1] op de grond zag liggen, zag hij ook [verzoeker] staan. Voorts heeft hij verklaard dat hij niet heeft gezien dat [verzoeker] [betrokkene 1] schopte. Wel herinnerde hij zich dat hij tegen [verzoeker] iets heeft geroepen in de trant van “hey, bon o por hasi e coi pendew ey”. Kennelijk dacht hij op dat moment, zo verklaart hij zijn uitroep zelf, dat [verzoeker] [betrokkene 1] wilde schoppen. Hij kon echter niet meer verklaren waarom hij dat dacht. Uit de aldus afgelegde verklaring van [betrokkene 2] volgt dat hij niet heeft gezien wie er met het handgemeen is begonnen en dat hij niet heeft gezien dat [verzoeker] [betrokkene 1] zou hebben geschopt toen zij op de grond lag. Uit de verklaring van [betrokkene 2] volgt niet dat hij heeft gezien dat [verzoeker] tijdens het handgemeen [betrokkene 1] een vuistslag in haar gezicht heeft gegeven en dat zij hierdoor op de grond viel. (rov. 2.2.4)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/184db3ec869ab7b10ea019c3fc93ae102b5ee10169965e3c1d42bb9c37b81bcb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 184db3ec869ab7b10ea019c3fc93ae102b5ee10169965e3c1d42bb9c37b81bcb, en de alinea staat in dat document op bytes 12704 tot 13809.