Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2014
Onder 11. Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2014
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1639.
Voor de vraag wat als dringende reden geldt, geven art. 7A:1615p lid 1 BWA en art. 7:678 lid 1 BW de algemene formule dat als dringende redenen worden beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de arbeider (de werknemer), die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet gevergd kan worden de dienstbetrekking te laten voortduren. Het gaat bij de beoordeling van het dringend karakter om een objectieve eis, wat inhoudt dat niet alleen voor degene die opzegt maar ook voor een objectieve buitenstaander een dringende reden aanwezig moet zijn. Zie Asser/Heerma van Voss 7-V 2012/373 en S.F. Sagel, Het ontslag op staande voet, Monografieën Sociaal Recht 58, 2013, p. 263 e.v.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/184db3ec869ab7b10ea019c3fc93ae102b5ee10169965e3c1d42bb9c37b81bcb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 184db3ec869ab7b10ea019c3fc93ae102b5ee10169965e3c1d42bb9c37b81bcb, en de alinea staat in dat document op bytes 30155 tot 30875.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/184db3ec869ab7b10ea019c3fc93ae102b5ee10169965e3c1d42bb9c37b81bcb | shasum -a 256